Contactadres
Prinsendijk 3
7122 PG Aalten
0544-379017

 

De Vennebulten

De Vennebulten

De structuur van het gebied De Vennebulten is hoofdzakelijk tijdens de laatste ijstijd ontstaan doordat dekzanden zijn opgestoven tot een langgerekte dekzandrug, lopend van Aalten in de richting van Halle/Zelhem, de zgn. Halse Rug. Deze duidelijk in het landschap herkenbare ‘stuifduinen’ zijn lang begroeid geweest met heide, in stand gehouden door begrazing met schapen en het afplaggen van de bovengrond. Na de markeverdelingen van 1851-1859 zijn diverse stukken land in handen gekomen van aanwonende landbouwers die er bouwland van hebben gemaakt. Daarnaast zijn toen en in een latere periode percelen ingeplant met grove dennen. Rond 1930 heeft het gemeentebestuur van Wisch grote delen van de Vennebulten in eigendom verworven ( zie citaten burgemeester Boot). De illegale zandwinning werd aan banden gelegd en de bouwlanden werden planmatig of spontaan omgezet in bos.
In het gebied heeft tot 1945 een schaapherder, Wisselink Hendrik, met zijn kudde schapen rondgezworven die ervoor zorgde dat het heidelandschap in stand bleef. Na het overlijden van de schaapherder is het areaal heide snel in oppervlakte achteruitgegaan. Het gebied werd in snel tempo bos. Slechts op een paar plaatsen heeft de heide zich weten te handhaven, o.a. in de buurt van de schaapskooi en het Polvenne. Door de vorige beheerder, de gemeente Wisch zijn zo nu en dan stukken vergraste heide machinaal afgeplagd en is de opslag teruggedrongen. Op de heide bevindt zich een groot aantal jeneverbessen. Hoewel de struiken zelf vrij oud zijn en door sneeuw en ijs lelijk uiteen zijn gerafeld, ziet het geheel er vrij vitaal  uit doordat er veel jonge afleggers zijn opgeschoten.
Het beheer door de stichting De Vennemarke is er op gericht om de heidevegetatie in stand te houden en zelfs fors uit te breiden ten koste van het bos dat vooral uit natuurlijke opslag bestaat. Door het verwijderen van opslag worden ook de jeneverbesstruwelen beter zichtbaar.
Het bos bestaat op dit moment vooral uit een mengeling van inlandse eik, berk en  grove den. Exoten als Amerikaanse eik en de Amerikaanse vogelkers zullen bestreden worden ten gunste van struiken als vuilboom en lijsterbes.
Uiteindelijk hoopt de stichting dat een deel van de Vennebulten het open heidekarakter terugkrijgt dat het ooit heeft gehad, waardoor de bulten van ’t Venne weer duidelijk zichtbaar zullen zijn.

Passages uit het boek ‘Burgemeester in oorlogstijd’ door J.J.G. Boot
Uitgeverij Semper Agendo NV, Apeldoorn, 1967

Februari 1939
Met man en macht bezig het prachtige bos- en heidecomplex “de Vennebulten” aan de weg van Varsseveld en Lichtenvoorde voor de gemeente in handen te krijgen. Het is gelegen langs de oude “Romienendiek” of  “Hessenweg” waarover vanouds het verkeer liep van Duitsland via de Achterhoek en de Veluwe naar Holland. Een van de pleisterplaatsen was “De Radstake” , een oude boerderij die de eigenaar Venderbosch wil restaureren. De Commissaris der Koningin, baron Van Heemstra, werkt mee om rijkssubsidie te verkrijgen voor de aankoop van de Vennebulten.

Mei 1939
Met veel verve het Varusmuseum geopend. Volgens deskundigen zou de veldslag tussen Varus en Herman in het jaar 9 na Chr. Niet hebben plaats gehad in het Teutoburgerwald, maar in de buurt van Varsseveld (Varusveld) en Harreveld (Hermansveld). Ik betwijfel of zij werkelijk deskundig zijn. Als VVV-stunt is het niet onaardig.

Januari 1940
2 Januari, de grote dag van de opening van het nieuwe gebouw “de Radstake” op de historische plek aan de Romienendiek. Burgemeester Bloemers uit Arnhem en de Rijksarchivaris hebben complimenteus gesproken. De Drikus-dans en vele andere werden tijdens de Gelderse koffietafel uitbundig gedanst, terwijl het vendelzwaaien kleur en fleur gaf aan de opgewekte samenkomst. De aangekochte Vennebulten met de Hessenwegen en de eeuwenoude herberg de Radstake zijn ook uit toeristisch oogpunt van grote waarde.

Juli 1940
18 Juli was een verkwikkende middag om met een logee naar het natuurschoongebied De Vennebulten te gaan waar de bekwame verteller en directeur van de landbouwschool, Knake, ons bij de Zonnedauw bracht die met haar fijn gegomde haartjes de insecten vast houdt en osmoseert. ’t Is de zg. vleesetende plant. Hij liet ons de plaats zien waar de bijenwolf zich vestigt. We zagen de bijenwolf die een bij vangt en de zenuw doorbijt, waarna hij de buit in zijn nest brengt, als voedsel voor de larven.
Ons derde bezoek gold de mierenleeuw die vlak onder een door haar gegraven kegelvormig zandkuiltje op een insect loert; als dit in het kuiltje komt bestrooit ze het met het opgeworpen zand en trekt het gelijktijdig naar beneden.

Augustus 1940
Een heerlijke middag gehad. Het Terborg’s actiecomité kwam op het raadhuis bij me met het verzoek, in de huifkar mee te rijden naar de Vennebulten en de herberg de Radstake, waar we met lange pijpen plus brandewijn met suiker ons heel Nederlands, soms te Nederlands, gedroegen.
Ik kon slechts enkele uren met hen genieten, maar later vernam ik dat ze het ochtendgloren hadden afgewacht.

Augustus 1942
Op deze stralende woensdagmorgen, 26 augustus, zit ik in een jubelstemming midden in de heide van de Vennebulten. Voor mij liggen de bedauwde velden van het zwarte veen. Het gezichte koren staat aan hopen en het roodbonte vee ligt mee te genieten van deze zonnige morgen. Het is in de natuur ongeveer half acht. In de verte zie ik op deze heiige morgen de toren van Harreveld en de gebouwen der stichting liggen, temidden van het ontroerend mooie landschap. Wat een heerlijke morgen! De blaffende hond in de verte , de loeiende koe en het hinnikende paard, het hotsende geluid van de boerekar in de sporen van de zandweg en de roepende mannenstem, zijn voor mij een grote symfonie. Temidden van de gonsende insectenwereld, midden in die hei, in die heerlijke Vennebulten, zit ik te genieten van al dit wonderschone. Ik heb gebeden en gedankt voor al dit moois. Gedankt dat dit ideaal stukje natuurschoon bewaard mocht blijven, want als dit stukje natuurreservaat niet door de gemeente gekocht was, wat zou er in deze tijd van zijn overgebleven? De ene den na de andere zou vallen. Het zouden er tientallen, honderdtallen worden, naarmate de prijssstijging blijft aanhouden, want door de schaarste  aan voedsel zullen de eigenaars de ondergrond niet meer herbebossen, doch in cultuur brengen en na een paar jaar zouden we de Vennebulten niet meer terugkennen. Maar, het mocht intact blijven, En nu, terwijl heel Europa kreunt om uitkomst, terwijl elke dag mij, Mien en Maddy de gevolgen van de oorlog kunnen treffen, zit ik heerlijk te genieten van mijn overschone Vennebulten.
Steeds meer word ik overmand door de heerlijke zonnestralen die de grond gaan verwarmen, de nevels doen wegtrekken. Die mij een dankbare stemming geven. Wat is God goed, wat beantwoorden wij dit alles minderwaardig.
De vogelstemmen vertolken de blijdschap van de natuur op deze ochtend, en het deinend landschap met zijn scheefgegroeide dennen is mij liever dan de mooist geteelde zilverspar. Het is een verwilderd stuk, die Vennebulten en het hout heeft niet veel handelswaarde, maar geen bos is mij liever dan de stukken hei die op- en neergaand mijn Vennebulten zo bekoorlijk maken. Niemand kan begrijpen en aanvoelen wat het voor mij zou zijn dit alles te moeten prijsgeven. Ik houd van de Vennebulten. Ik heb ze lief.