Contactadres
Prinsendijk 3
7122 PG Aalten
0544-379017

 

Het Zwarte Veen

Het Zwarte Veen

Met de naam ‘Zwarte Veen’ wordt het huidige landbouwgebied aangeduid ten noorden van de Vennebulten dat in de gemeente Oude IJsselstreek (voorheen gemeente Wisch) is gelegen. Het maakte ooit deel uit van het veen- en moerasgebied gelegen in de driehoek tussen de plaatsen Aalten en Lichtenvoorde en de herberg De Radstake. Er ontstonden hier na de laatste ijstijd gunstige omstandigheden voor de vorming van veen: slecht doorlatende ondergrond en ingesloten door enerzijds het hoge Oost-nederlands plateau bij Aalten en anderzijds door de dekzanden van Heelweg/Harreveld,  waaronder de langgerekte dekzandrug ‘De Halse Rug’, lopend van Aalten naar Zelhem. Op oude kaarten is het gebied duidelijk herkenbaar als nat veengebied en het wordt aangeduid met namen als: Zwarte Veen, Varsseveldse Veen, Barlose Goor, Grote Veen, Lichtenvoordse Veen, Dalesche Veld, Aaltense Veen.
Net zoals bij andere veengebieden in de Achterhoek maakte het Zwarte Veen deel uit van de markegronden van de omliggende plaatsen en werd het door de deelnemende markegenoten gebruikt om turf en heideplaggen(schadden) te steken.
Na de markeverdelingen aan het eind van de 19e eeuw is het Lichtenvoordse en Aaltense deel geleidelijk aan ontwaterd en als cultuurgrond in gebruik genomen. Dit cultuurlandschap met kleine smalle percelen hooiland omgeven door sloten en elzensingels is nog bewaard gebleven in het reservaatgebied het Aaltense Goor, eigendom van Staatsbosbeheer. De rest van het oude cultuurlandschap is verdwenen na de ruilverkavelingen van Aalten en Harreveld-Zieuwent.

Het eigenlijke Zwarte Veen, ook wel Varsseveldse Veen genoemd, bleef lang als hoogveengebied intact. Er werd veel turf gestoken, zo werden er rond 1850 nog zo’n 142 verveningsconcessies verleend door de gemeente Wisch. Naast het steken van steekturven zoals dat ook in andere veengebieden gebeurde, werd er ook baggerturf gemaakt, de zgn. kluunturf.
In de Aaltense Courant verscheen in mei 1925 een uitgebreide beschrijving van het landschap van het Zwarte Veen, vermoedelijk van journalist H. te Beest uit Aalten:
……..Vanuit het prachtig gelegen van ouds bekende landelijk café “de Radstake” gelegen aan den kunstweg Varsseveld-Lichtenvoorde volgt men de Landstraat of Wolboom in de richting Aalten. Al spoedig ontwaart men dan links eenige schilderachtige heidevelden, gedeeltelijk ontgonnen en verder sporadisch met dennen en enkele thans bloeiende bremstruiken bezet. Daarachter vertoont zich een grootsche heuvelrug met de uitgestrekte veenvlakte, het zoogenaamde “Zwarte Veen”van ruim 80 Ha groot op den achtergrond. Vanaf genoemde hoogte blikt men in een moeras en ziet men daar grootere en kleinere waterplassen, waar afwisselend de wilde wilg, de berk en meerdere struikgewassen verrijzen en hun zoet lispelen doen hooren in de eenzaamheid, terwijl vele watervogels als kieviten, wulpen, gruto’s, wilde eenden en later in den zomer de reiger en de ooievaar de bedrijvigheid brengen. De plaats waar eerstgenoemde vogelsoorten vredig hunne nestjes kunnen bouwen en hun kroost verzorgen en op verrijzende hoogten de leeuwerik jubelend zijn lied doet hooren.
Daar valt voor natuurliefhebbers en vogelvrienden volop te genieten in dit zoo eenzaam gelegen oord, waar men zoo hier en daar een enkele aantreft die nog bezig is een beetje turf te steken en dan een schaapherder met zijn kudde schapen en zijn trouwe Hector die men hier elken dag kan aantreffen.    ………..
….Als hij dan een wandeling naar beneden maakt en zijn onderzoek voortzet, dan zal hij honderden welputten met daaraan verbonden goten om het water in verschillende richtingen te leiden, ontdekken. Als men dan weet, dat hier enkele meters hoogveen bestaan hebben en thans die vergravingen dagteekenen van voor tientallen jaren, dan zal hij tot de conclusie moeten komen, dat hier eenmaal vele geslachten hebben gestreden den strijd om het bestaan……………

Adolf Colenbrander uit Varsseveld maakte in zijn boek ‘Achterhoeks Plat met Plaatjes’ (1985) ook regelmatig gewag van zijn omzwervingen door ’t Venne:
……I-j konnen in ’t Venne alle kanten uut: um de plassen, um de vennekes, um de struke. Hier en door op de hogere plaatsen gruujden hied. Door ginge wi-j ’n hörte in liggen a’w muu wazzen van ’t gengelen. Um ow hen grujen grei, wa’j anders nargens zaggen, zoas wilde orchideeën en duvelsneigoorn. Um ow hen vlaogen ok kieften en wulpen of vennetuten die naturlek vonnen, da’j te dichte bi-j eure nuste  of eure jongen kwammen en dat ok hardop lieten heuren en wieters reigers en futen.    ………Achter in ’t Venne ha’j brede singels woor grote snuke in stonnen. Wi-j hebt vake eprobierd um ze te strikken met dun kopperdraod, mor dat lukken ons nooit: ze sloegen ene kiere met de stat en weg wazzen ze!. In die tied wieren door ’s harfses behalve ’t gewone wild ok nog ganzen en korhoendere eschotten. Meer op de Venneschure an was de endenkooie; daor wier ekooid deur Buvinkboer……..

 

De ontginning
Bij de markeverdelingen werden doorgaans de markegronden (heide, bos en veengronden) verdeeld onder de mensen die rechten bezaten in de marke (de ge-erfden). Het Zwarte Veen dat behoorde tot de Mark(t) van Wisch werd echter niet zo verdeeld. Het feitelijk gebruik was nl. al opgedeeld onder de verschillende boeren: ieder had zijn eigen stukje veen en hoewel er geen kadastrale grenzen waren aangegeven, wist een ieder welk stuk van hem was. Men liet de zaak maar zo. Dit was niet in de zin van de Belastingdienst want die wilde grondbelasting heffen. Deze dienst kon er niet uitkomen wie allemaal eigenaar waren en voor hoeveel grond. Uiteindelijk ging de belastingdienst er toe over om individuele boeren grondbelasting op te leggen voor willekeurig vastgestelde hoeveelheden. De gemeente Wisch wierp zich toen op om de totale grondbelasting te betalen. Daartoe werd het gehele Zwarte Veen in 1884 ten naam gesteld van de gemeente Wisch. Een juridisch aanvechtbare constructie, hetgeen later ook is gebleken.
Vanaf 1907 zijn er veel plannen bedacht om het Zwarte Veen rendabel te maken, dus te ontginnen. Maar deze plannen konden niet tot uitvoering worden gebracht door conflicten met waterschappen en gebruikers. Uiteindelijk werden pas in 1928 de ontginningswerkzaamheden ter hand genomen. De uitvoering liep onmiddellijk vertraging op door het zgn. Venneproces. Vier gebruikers van het Zwarte Veen betwistten nl. het eigendomsrecht van de gemeente. Na een langdurige rechtsgang werden ze in het gelijk gesteld. Daarom werd in 1931 het uiteindelijke besluit genomen om de ontginning door te laten gaan met uitzondering van de perceeltjes van de procesgangers. De Heidemaatschappij had het toezicht op de werkzaamheden en verder werd gebruik gemaakt van de Rijksloonregeling ( de werkverschaffing). Pas in 1935 werden de geschillen bijgelegd na bemiddeling van dominee Knottnerus: de perceeltjes veen van de procesgangers werden uitgeruild tegen een aantal weidepercelen in de NO-hoek. De ontginning kon nu afgerond worden.

Na de ontginning was er een open landbouwgebied ontstaan doorsneden door twee rechte wegen ( de 1e en 2e diek) met aan weerszijden bomen. Landschappelijk vertoont het gebied een totaal ander beeld dan het aangrenzende Goor waar de ontginning eerder en door individuele boeren is gebeurd. Het Zwarte Veen is vrij van bebouwing, uitgezonderd de boerderij De Venneschure. Deze is in het midden van de 18e eeuw ontstaan, vermoedelijk uit een opslagplaats van turf aan het zgn. Gravenveen, het veengebied dat eigendom was van de Graaf van Bergh.
Verder is vanaf de twintiger jaren langs de noordwestrand (de Riette) kleinschalige bebouwing ontstaan, evenals in de Vennebulten.

Het Zwarte Veen is – op enkele percelen na - nog steeds eigendom van de gemeente (nu Oude IJsselstreek). Deze verpacht de landbouwgronden of geeft ze jaarlijks als zodanig in gebruik. De Stichting De Vennemarke heeft sinds 2006 enkele percelen hooiland langs de Schapendijk, de bermen van de 1e en 2e diek (uitgezonderd de bomen) en enige afgeplagde stroken land in beheer. Het streven is door natuurvriendelijk beheer de planten- en dierendiversiteit op kleine schaal te vergroten.